Misjel Decleer

Misjel Decleer
Profiel
Woonplaats Brugge
Geboortejaar 1950
Woont samen met Martine
Fotografeert sinds 1971
Materiaal
  • Canon kleinbeeld
  • Hasselblad Panoo
  • Pentax middenformaat-camera
  • objectieven van 12 tot 500mm
  • hulpmiddeltjes & allerhande schuiltenten
Andere jobs
  • natuureducatie
  • begeleider van fotoreizen in Europa en Azië

Andere blogs

 

 

Weblog   

Schuldgevoelens

Misschien gemerkt aan de blogs, of het ontbreken ervan , .......we zijn aan het verbouwen.  Vloeren afgraven, muren afkappen tot op de steen, plafonds afbreken en het huis weer inpakken in een warme mantel.  Je weet waar je begint maar niet waar je eindigt.  Nu na zo'n 5 maanden komt de afwerking eraan ; het leukste en meest resulterende gevoel.

 

Intussen heb ik nieuw materiaal aangeschaft die ik nu , tussen de werken door, toch even getoetst heb aan de praktijk.
Full frame camera's, zoals ik ze steeds gebruikte, drijven kwalitatief boven.  Je kan er beter mee de hoge iso's aan.  Ze zijn stukken beter in landschapsfotografie en door hun grotere sensoren minder gevoelig voor ruis.
Maar een 800 mm objectief op een D7 is net als door een telescoop kijken.  Gewapend met dit arsenaal ben ik even door de polder getrokken : raampje open, rijstzak op het raam en niets lijkt nog onbereikbaar.  Geen convertors, naaldscherpe beelden en een bereik van zo'n 1300 mm.
En toch.

 

 

Ik herinner me nog mijn eerste tele : een Pentax 200 mm en een filmpje van 50 Asa.  ik kroop er in het Zwin letterlijk mee door het slik (er waren toen nog uitgestrekte slikplaten en er overwinterden tot zo'n 3000 bonte strandlopers).  Bij het minste alarm drukte ik mijn gezicht in het slik en bleef minuten onbeweeglijk om uiteindelijk nog zo'n 30 cm dichter te ploeteren.  En het lukte om met dit materiaal beeldvullende foto's van bontjes, tureluurs, steenlopers, drieteentjes...te maken. De groenpootjes waren mijn grote liefde ; ik viel al voor de doordringende kreetjes die de zwinvlakte animeerden.  Maar het waren oogjagers, ze verplaatsen zich vlug en alarmeerden bij gevaar de ganse omgeving.  Slechts twee maal lukte het me om er toen een beeld van te maken.  Eentje tijdens het roepen en daar was ik apetrots op.
Nu is vogelfotografie 'prèt à porter' geworden. Je reist de ganse wereld af.  Er staan hutten klaar waar vogels en dieren gevoederd worden. Je haalt je bankkaart boven en het is gegarandeerd prijs.  Ooit ben ik een keer met een teleferique bij het krieken van de dag de Mont Blanc opgeweest.  De  lift ging tot ruim boven de 3000 m.  Met zo'n 60 medepassagiers en veel gebrabbel in het Spaans, Japans, Engels....naar boven.  Iedereen in dik donspak 10 minuten op het balkon dat uitkeek op een adembenemende maagdelijke witte wereld van spitse Alpenpieken en dan terug naar beneden en opwarmen in het café achter glas.  De lift was de eerste en de laatste.  Een berg moet je opklimmen, vanuit de vallei via kleine dorpjes en gehuchtjes, langsheen bloeiende alpenweiden en roepende marmotten om zwetend op de top te komen.  Je oren moeten de vrieskou voelen, de wind en de geuren moeten je bevrijden.
Datzelfde gevoel heb ik een beetje met zo'n 800 mm.  Een tocht resulteert maar je hebt er niet voor gevochten.  Je hebt de blubber, waarin de vogels vertoeven , niet geroken, je kleren dragen de geur van munt niet mee en hooguit hangt er wat slijk aan je zolen.
Maar het resulteert.

 

 

31 januari 2010 13:04

Vilda gaat op de boekenmarkt

 Zopas verscheen , ter gelegenheid van haar 20 jarig reservaatsbestaan , een boek over de Uitkerkse polder, geïlustreerd door Vilda .  Het boek geeft een overzicht van de afgelegde weg ; het reservaat is een schoolvoorbeeld van samenwerking tussen landbouwers en natuurpunt, gestuurd via gelijklopende belangen.  Dat net achter de drukke kustgemeente van Blankenberge, met een jaarlijkse toestroom van massatoerisme , een gebied kon bewaard blijven waar de versnippering en verstedelijking een halt kon worden toegeroepen , is op zijn minst gedenkwaardig.  Via de aankoop van reeds zo'n 450 ha werden deze historische weiden vrijgesteld van verdroging en verscheuring en door een gepast beheer baltsen grutto's, tureluren, kluten....er als vanouds.  Maar misschien valt het grootste spektakel er wel te beleven rond midwinter wanneer vele duizenden watervogels er worden belaagd door kiekendieven en slechtvalken terwijl op de ietwat ruigere stukken velduilen en witte hermelijntjes constant op jacht zijn naar de vele muizen die de polder voortbrengt.  Dit en veel meer wetenswaardigheden vind je terug in het boek dat rijkelijk geïllustreerd werd in een sobere layout.  Te koop via het bezoekerscentrum De Groenwaecke.  

27 oktober 2009 09:49

Uilengekte

Moerassen en plassen en hun eigenzinnige levensvormen behoren ongetwijfeld tot de eerste ervaringen die mijn fascinatie voor de natuur stimuleerden. Pas zo’n anderhalf decennium later , in de moerassen van Barathpur, zouden de gevederde vrijbuiters me in de ban brengen van de ornitologie en de rode draad gaan vormen in mijn verdere natuurexploten.

Het was Bholu Khan , mijn uilenvriend uit India die me ’s nachts zou meeloodsen naar een zestiental uilensoorten en nachtzwaluwen, en het was ook dusdanig dat we ontmoetingen kregen met jungle-, vis- en civetkatten, schubdieren, dassen , jakhalzen, mierenegels ....tijdens de nachtelijke amfibieënconcerten. Te Barathpur maakten we boomhutten van waaruit we de uilen konden observeren tijdens het grootbrengen van de kroost , en we kenden tientallen roestplaatsen van diverse soorten die we overdag nacheckten en waar we braakballen verzamelden. Tijdens maanverlichte nachten zagen we ze vleermuizen verschalken boven het moeras, terwijl visuilen zelfs het nat doorbraken om amfibieên of vissen te grijpen. Tijdens de schemering localiseerden we diverse soorten via hun roep en kregen zo een idee van de populatiegrootte. Toen we later ook de tijgerjungles gingen verkennen , keken we steeds weer uit naar oude holle bomen, oude spechtenesten of ruigtes in het moeras om een blik op te vangen van onze geliefde nachtraven.

Terug thuis ging ik bij valavond wandelen om het gewiew van de steenuiltjes te horen en sliep ik met open dakvenster of de huiveringwekkende territoriale roep van de bosuil op te volgen. In de nabijgelegen meersen ontdekte ik een gemeenschappelijke slaapplaats van ransuilen en vanaf dan ging ik ze , wanneer ik thuis was , dagdagelijks bezoeken als break voor de eindeloze uren van beeldverwerking achter de computer. Een klein maar naadloos scherp kijkertje, gevallen van de kerstboom, was mijn enig attribuut.

Maar de uilengekte steeg ten top toen ik enkele weken terug bij volle daglicht een zestal velduilen zag jagen in een laaggelegen ruige weide in de Uitkerkse polder. John, de conservator, had me reeds een tweetal maand tevoren verwittigd maar ik had toen geen taferelen voor ogen van een dergelijk schouwspel. Het was zoals het hoort, op een zonnige zondagnamiddag en een dertigtal fotografen stonden langs de weg opgesteld. De dieren trokken zich nauwelijks iets aan van die aandacht. Ze hielden een veiligheidsmarge aan van zo’n 15 meter maar verder kon je ze jagend, baltsend, zeilend, biddend of gewoon rustend op de grond observeren. Soms ging er eentje even op een oude knoestige weidepaal postvatten wat terstond een verhuis van fotografen opleverde in die richting. De uil keek je dan recht aan met zijn dikke rolronde kop, geaccentueerd door de lichte veertjes van een gezichtssluier waarbinnen zwavelgele ogen met donkere omranding je gadesloegen. Een lichte borst met donkere lengtestrepen en een grof rugpatroon van brede donkerbruine vlekken vervolledigden het beeld. Nu vielen ook de poten duidelijk op met hun lichte crèmekleurige bevedering tot aan de donkere klauwen. Even wiegelt de uil zachtjes heen en weer, draait de kop zo’n 180 °, staart naar het gras en duikt letterlijk de grond in om vervolgens plaats te nemen op een nog dichtere weidepaal. Consternatie onder de fotografen die ze eventjes recht aankijkt, waarna ze de vleugels hoog op laat veren en de lucht kiest....geruisloos! Wanneer ze ons overvliegt lijkt ze wel een engel met haar lange slanke V-vormige vleugels en haar lichte onderdelen. Ze glijdt over de tegenoverliggende wei, maakt een scherpe loop en duikt weer neer met vooruitgestrekte poten. Een kleine buiteling, een strakke neerwaartse blik en dan merken we een veldmuis in de klauwen. Dit tafereel zou ik in de volgende uren nog een vijftal keer meemaken. In de wetenschap dat de uilen hier reeds een tiental weken vertoefden en elke uil dagelijks enkele muizen buit maakt krijg je zo een beeld over het aantal muizen dat deze polder herbergt. En er waren nog kapers op de kust. Witte kleine rovertjes met krieloogjes en een gitzwart staarteinde , contrasterend met de sneeuwwitte vacht, holden over de weide, volgden de rietkragen en sprongen zelfs de grachten over.

Hoewel velduilen overwegend op het zicht jagen speelt ook het gehoor een belangrijke rol. De gehoorgangen (bedekt door de sluierveertjes van de kop) liggen vlak onder de buitenste oogrand. Door het geringe tijdsverschil waarmee de oren achtereenvolgens een geluid opvangen kunnen ze de prooi bijna perfect localiseren. Zo weten velduilen met hun lange poten zelfs muizen te vangen in tunnels onder de sneeuw. Toch heeft het gehoor van een uil een lager frequentiebereik dan bij de mens. Zuivere of zeer lage tonen vallen dan ook moeilijk te detecteren, geritsel des te beter.

 


 

Te vlug valt de duisternis in maar het vuur is aangewakkerd. De uilen zullen waarschijnlijk nog tot een stuk in de nacht doorjagen. Door terreinkennis in het geheugen op te slaan en zo obstakels te vermijden kunnen ze zelfs in gitzwarte nachten verder jagen.

Toch is de velduil, die zowat een circumpolaire verspreiding bezit, de meest dagactieve van alle euraziatische uilen , met pieken in de late namiddag tot middernacht en weerom tijdens het aanbreken van het eerste licht tot enkele uren erna en ook afhankelijk van de weersomstandigheden en het succes der jacht.

Uilen kunnen niet zoals veel andere roofvogels voedselvoorraden in de krop bewaren; vandaar dat ze soms echte voorraden gaan aanleggen, vooral tijdens de voorplanting, waarbij de nestrand gesierd wordt met geslagen muizen en kleine zangvogels. Waar uilensoorten elkaars territorium overlappen zou je verwachten dat ze op verschillende voedseldieren gaan prederen. Toch is dit in het Noorden, waar de meeste soorten voorkomen , niet zo en vormen woelmuizen zo’n 85 % van het voedselaanbod van alle daar aanwezige uilen. Tijdens muizenpiekjaren stijgt dit percentage nog en gaan ze dan ook allen op muizen jagen. Deze muizenjaren houden dan weer rechtsteeks verband met de zaadproductie van bomen en stuiken en bijzondere klimaatomstandigheden. Bij magere jaren zoeken de volwassen dieren alternatieve prooien maar bij jonge uitgevlogenvogels treedt dan grote sterfte op. Vooral territoriale soorten komen daarbij onder druk.

Onze velduil , die een zeer goede vlieger is, kan dan soms enorme afstanden overbruggen. Ze verlaten in de winter de noordelijke contreien en zwerven verder rond tot ze een goed jachtterrein hebben gevonden. Wanneer deze gunstige jachtsituatie aanhoudt tot in de lente , kan een aantal velduilen er tot broeden overgaan. In onze contreien zijn de gegevens daaromtrent zeer schaars. In ’57 , na een hevige overstroming, werd één jonge velduil teruggevonden in de overstroomde zwinvlakte. De Blankaart en Meetkerke telden enkele mislukte of twijfelachtige pogingen.

Een jonge velduil die in mei werd geringd op het nest in Beieren werd het daaropvolgende jaar gevangen in het Oeralgebergte , meer dan 3300 km verder. In 1952 werden meer dan duizend velduilen waargenomen in de noordoostpolder en in 1923 schoot een jager er 25 neer in een tijdspanne van slecht enkele uren. In de winter van ’78 werden nog ruim 50 overwinterende vogels geteld in de polders te Meetkerke. Afschot was toen nog steeds de grootste doodsoorzaak van deze beschermde vogel.

 

 




 

29 april 2008 11:15

Chang Tang

 

Zonet terug uit de hoogtewoestijnen van Ladakh. Het was letterlijk adembenemend. Gemiddeld vertoefden we op zo'n 4500m. De hoogtemeren van de Chang Tang behoren tot de hoogste en ruwste leefgebieden van de mens. Hier vertoeven voornamelijk herders, gevlucht uit Tibet na de inval van de Chinezen. Daar waar de woestijn bevrucht wordt door het smeltwater der Himalaya's verheffen zich grassen, zeggen en bloemen.

 

Waar de vegeatie een mals tapijt vormt hebben knaagdieren zoals woelmuizen, pica's en marmotten zich gevestigd ; evenals grotere hoefdieren zoals wilde schapen, geiten en kyangs, een prachtige soort wilde ezels. Ooit zag ik de dieren in kuddes van vele tientallen individuen ; nu was ik blij om nog een groep van 7 dieren te mogen observeren op de zilte graslanden en steppen rondom het Tsokarmeer.

ezel

marmot

Grote troepeneenheden die de gevoelige grenzen met Tibet, Pakistan en Birma moeten beschermen hebben hier hun tol geëist. Toch is het gebied (gemiddeld anderhalve inwoner per km2) zowat leeg te noemen. Het vormt een der laatste bastions voor de erg bedreigde sneeuwluipaard : een dier dat voor de lokale bevolking erg reëel is en soms tijdens de barre winters (- 40°C) doordringt tot in de geiten- en schapenstallen. Voor wie van barre eenzaamheid houdt en graag dieren wil observeren (fotograferen) in een der verste uithoeken van de wereld is dit een aanrader.
 

 
Volgend jaar trekken we terug naar enkele hooglandmeren , bevolkt door casarca's, zwartnekkraanvogels, mongoolse plevieren, indische ganzen, citroenkwikken, beren, wilde ezels, yaks......

vlaggetjes

 

3 september 2007 16:56
vorige pagina